De essentie van architectuur gaat niet over het toepassen van orginele
vormen. Architectuur draait om het vorm geven van ruimten. De onbeperkte
ruimte heeft geen vorm en is dus onzichtbaar. Zij wordt pas zichtbaar
als zij ophoudt te bestaan tegen het massief dat haar begrenst (dom.
H. van der Laan). De gebouwen van Locus Flevum zijn opgezet volgens
dit principe. Tuinmuren, orangerie, woonhuis maar ook de borders en
hagen zijn als massief gebruikt om ruimten te maken. Waar een gelijktijdigheid
is van openheid en geborgenheid. Plekken die zowel tot het binnen
als tot het buiten behoren, waar iets van de binnenwereld zichtbaar
is voor de buitenwereld en vice versa.